De leunstoelfilosoof

Entries from september 2008

5H89YTZ

10 september, 2008 · 1 Reactie

Het in de praktijk zinvolle – lees “niet-abstracte” – aantal combinaties en permutaties van letters dat iets nieuws te vertellen heeft, neemt in dramatisch tempo af. In 1998 nog berekende taalfilosoof en statisticus Lars W. Konst, hoogleraar aan de Universiteit van het Finse Varniikaa, met behulp van een na jarenlange studie ontwikkelde formule dat dit getal de waarde 10 tot de miljardste ruim overschreed. Dat zijn veel uitspraken, columns, boeken en andere ‘stukjes’.

Onlangs – we schrijven 2008 – heb ik zelf eens wat met deze formule gestoeid. Ik ben tot de schrikbarende conclusie gekomen dat het aantal nog schrijfbare unieke stukjes inmiddels niet meer dan enkele triljarden bedraagt. Dat klinkt astronomisch, maar in de praktijk betekent het – en u zult me op mijn woord moeten geloven; de berekening is te ingewikkeld om hier weer te geven en neemt veertien A-viertjes in beslag – dat we nog ongeveer een jaar of vier van geheel oorspronkelijke boeken, artikelen en columns kunnen genieten. Daarna zal het zelfs de grootste onbenul gaan opvallen dat hij steeds meer van wat hij leest al eerder ergens is tegengekomen.

Het is begonnen rond de eeuwwisseling, met titels van columns, boeken, elpees, cd’s, krantenkoppen, dat soort dingen. Maar inmiddels zien we steeds vaker hele zinnen en soms zelfs complete paragrafen opduiken die al eerder op schrift waren gesteld – let wel: zonder dat sprake is van plagiaat. Rond 21 december 2012 – zo wil de formule – zal alles wat schrijfbaar is, geschreven zijn. Niemand zal dan nog iets nieuws en unieks kunnen bedenken dat ook maar ergens op slaat.

En het blijft niet bij het geschreven woord alleen. Ook bijvoorbeeld muziek, fotografie, schilderkunst, architectuur, mode en de culinaire wereld zullen ten prooi vallen aan de Wet van Konst.

Waar moet het met de wereld naartoe als er niets nieuws meer kan worden geproduceerd? Wat moeten we als we alleen nog maar kunnen kopiëren, of dat nu bewust gebeurt of niet? Alles wat de mens doet, zal eerder zijn gedaan.

Nu ben ik niet iemand die snel met bijbelteksten schermt, maar ik herinnerde me toevallig uit mijn jeugd dat over dit onderwerp het een en ander was geschreven: ‘Wat er was, zal er altijd weer zijn; wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon.’

Zoiets zet je toch aan het denken.

We betreden langzaam maar zeker een periode waarin niet-zinvolle – lees “abstracte” – combinaties en permutaties nog het enige zijn waarin iets nieuws valt te ontdekken. Als voorbeeld hieronder een kort gedicht dat een en ander illustreert. Gelukkig heeft het een strak rijmschema en mooie alliteraties. Erg apart is ook het consequente gebruik van kapitalen.

5H89YTZ

7HST 5H89Y, 5H89YTZ,
1LHC 0YEGJ 0YEDH.
8HST 9HST7KDH,
2LHC 5H89YTZ.

© 2008, de leunstoelfilosoof

Categorieën: Leunstoelfilosofie algemeen
getagged: , , , , , , , , , ,

De devaluatie der dingen

5 september, 2008 · Laat een reactie achter

Ik blog, dus ik besta. Onmiddellijk nadat deze pakkende kreet mij te binnen was geschoten, googlede ik hem even, want zo’n titel ligt dermate voor de hand dat je onmogelijk kunt verwachten de eerste te zijn die hem boven een blogje plakt. En ja hoor – 2.240 hits.

Iets origineels bedenken in een tijd waarin iedereen schrijft (en schildert en musiceert en fotografeert en zich anderszins artistiek uitdrukt), is nagenoeg onbegonnen werk. Je vraagt je dan ook af waarom mensen er nog aan beginnen. Waarom je tijd niet ‘nuttig’ besteden en bijvoorbeeld even stofzuigen, boodschappen doen of een stukje fietsen?

Het antwoord ligt misschien wel besloten in de openingszin: als je blogt (of schildert, of musiceert of fotografeert), bewijs je – niet alleen aan anderen, maar waarschijnlijk vooral aan jezelf – dat je bestaat. Je kunt dat natuurlijk op de ouderwetse manier doen, zoals carrière maken, het contact met familie en vrienden onderhouden of bij een sportclub gaan, maar op een of andere manier lijkt het efficiënter om voor een optie te kiezen waarbij je meer mensen bereikt – via het internet dus. Het is zelfs denkbaar dat je via het internet een zekere mate van onsterfelijkheid verwerft. Zo is een boek uitgeven bij Meulenhoff of Bert Bakker beslist niet een, twee, drie gedaan, maar dat zelf doen via een of andere on line service is een fluitje van een cent. En als je er dan op een dag niet meer bent, leeft in elk geval je ‘kunst’ misschien nog voort – op het internet. Het blijft natuurlijk afwachten wie daarin geïnteresseerd is. Ondanks alle technische hoogstandjes is kunst zo ‘veralledaagst’ dat onze zintuigen erdoor zijn afgestompt. Overal is muziek, vanuit elk hoekje en gaatje bereiken ons visuele prikkels en je kunt je blik nergens op richten of er valt wel iets te lezen.

Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat de rol van traditionele filters en meningvormers als uitgevers, platenlabels en galerieën steeds verder afneemt en je als ‘consument’ helemaal zelf moet gaan bepalen wat de moeite waard is. Best lastig bij zo’n kolossaal aanbod, dat bovendien dagelijks in omvang toeneemt. Niettegenstaande het knagende gevoel steeds vaker van alles te missen, devalueren links en rechts de dingen in sneltreinvaart. Kon ik vroeger maandenlang de deur platlopen bij Elpee om te vragen wanneer de nieuwe Peter Gabriel eindelijk uitkwam; nu dowload ik binnen enkele minuten complete discografieën van artiesten om ze na twintig seconden luisteren alweer van mijn harde schijf te verwijderen. Tijdwinst, of iets anders?

Voor de kunstenaar in hart en nieren – als die nog bestaat – wordt het er ondanks allerlei technologische hulpmiddelen als Photoshop, Cubase, Microsoft Word, digitale camera’s, synthesizers en softwarematige woordenboeken niet per definitie eenvoudiger op. Hingen de vrouwen, om maar iets te noemen, vroeger aan je lippen als je een elektrische gitaar bezat (in mijn geval gold dit bij wijze van spreken, want ik ben daar toch net een paar jaar te laat voor geboren); tegenwoordig trekken ze een iPod met zelfgemaakte beats voor hun dj-set tevoorschijn – en het klinkt nog ‘vet’ ook!

Ach ja, misschien word ik in een volgend leven wel een middeleeuwse troubadour met alleen een luit en een plectrum…

Categorieën: Leunstoelfilosofie algemeen
getagged: , , , , , , , , , ,